Denwelken gij niet gezien hebt en nochtans liefhebt. (1 Petrus 1 : 8a)

Deze woorden spreken van een groot geheim. Hoe kan iemand een ander echt liefhebben zonder hem of
haar ooit gezien te hebben? Dat is in het gewone leven onmogelijk. Maar in het geestelijke leven is daar
wel sprake van. Wat bij mensen onderling onmogelijk is, is mogelijk als het gaat om de kennis van de Heere
Jezus. Denwelken (dat is de Heere Jezus) gij niet gezien hebt en nochtans liefhebt!
Nee, persoonlijk hadden de verstrooide vreemdelingen in Klein-Azië aan wie de apostel Petrus deze woorden
schrijft, de Heere Jezus Christus nooit ontmoet. Met natuurlijke ogen hadden zij Hem nooit gezien. Maar door
genade hadden zij Hem met geestelijke ogen aanschouwd. Ze hadden Hem in de prediking van het Woord
mogen ontmoeten! Dat Woord was als een onvergankelijk zaad geweest, waardoor zij waren wedergeboren.
Wedergeboren tot een levende hoop door de opstanding van Jezus Christus! Eertijds waren zij als dwalende
schapen, maar ze waren bekeerd tot de Herder en Opziener van hun zielen.
Van nature hadden zij de Heere Jezus niet lief. Vroeger hadden zij de zonde lief. Dronkenschap, begeerlijkheden
en gruwelijke afgoderijen. De liefde tot de zonde vervulde hun hart en leven. Petrus zegt het waren
begeerlijkheden, “die tevoren in uw onwetendheid waren” (1 : 14). Maar de prediking had deze dingen bekend gemaakt.
Opengelegd! Aangewezen! Ontdekt! En toen zijn ze de zonden gaan haten en vlieden. Toen is hen gepredikt, dat deze
zonden hen konden worden vergeven. Niet door vergankelijke dingen, zilver of goud, maar door het dierbaar bloed van Christus.
Daar is een volk op aarde dat Jezus lief krijgt. Zondaren en zondaressen die Hem nodig krijgen tot verzoening van hun zonden.
Als hen wordt geboodschapt dat Jezus daartoe kwam, gaan hun harten branden. Branden van liefde. Als ze horen dat Hij de
toorn van God droeg. Als ze horen dat Hij aan het onkreukbare recht van God moest voldoen tot betaling van hun schuld.
Als ze horen dat Hij hellediep moest afdalen in hun plaats. Als ze horen hoeveel het Hem gekost heeft om hen los te kopen
van de zonde, dan worden ze heilig verliefd op deze Jezus. Hoe dierbaar wordt Jezus in Zijn vernedering als Sions betalende
Borg en als de Knecht van de Vader, Die gehoorzaam was tot in de dood. Want juist in deze noodzakelijke weg ligt de zaligheid.
Als ze door het geloof een blik op het vloekhout van het kruis mogen slaan dan worden ze vervuld met liefde tot Hem, Die daar
hing in hun plaats. Deze Bruidegom, Die de bruidsschat wilde betalen voor Zijn gemeente. Ze krijgen Hem lief in Zijn verhoging
als de Vorst des Levens. Denwelken gij niet gezien hebt en nochtans liefhebt! Zou het dan zo zijn dat het zien met lichamelijke
ogen vanzelfsprekend liefde tot de Heere Jezus opwekt? Nee! Vele natuurlijke ogen hebben Hem wel gezien tijdens Zijn rondgaan
op aarde. Wel Zijn tekenen en wonderen gezien, wel Zijn prediking beluisterd, maar nooit is er enige liefde tot Hem geweest in
het hart. We zien het bij Judas. Slechts eigenbelang en eigen eer vervulde zijn hart. Dat bedoelt Petrus ook niet. Hij had het
zelf ook niet gezien met het natuurlijk oog. Vlees en bloed hadden het hem niet geopenbaard, maar de Vader in de hemelen.
De kerk belijdt het met Jesaja 53: “als wij Hem aanzagen, zo was er geen gestalte dat wij Hem zouden begeerd hebben”. Maar
door het geloof mogen we Hem zien als die Man van smarten, Die Zijn duurgekochte gemeente liefhad tot in de dood. Dan
leren we verstaan wat Johannes zegt: “Wij hebben Hem lief, omdat Hij ons eerst liefgehad heeft”.
En zo brandde er een liefdesvuur in de harten van de verstrooide vreemdelingen. Zelfs het zware lijden waarin zij verkeerden
kon dit liefdesvuur niet blussen. Vele wateren van verdrukking, van tegenspoed en kruis, aanvechting, strijd en van bange
geestelijke verlating zullen in het leven van Gods kinderen proberen deze liefdesvlammen te doven. Maar tenslotte werkt
deze bevinding hoop en de hoop beschaamt niet, omdat de liefde Gods in onze harten is uitgestort door de Heilige Geest,
Die ons is gegeven (Rom. 5 : 5). Denwelken gij niet gezien hebt en nochtans liefhebt! Dat is inderdaad een geheim. Hebt
u het al leren verstaan? Is dat het geheim van uw leven? Hoe vreselijk deze liefde te missen. Alles zal ons ontvallen in de
dag van Gods toorn. Dan zal alleen het Lam ons kunnen behouden. Hebt u Jezus al lief? Vervloekt is een ieder die de Heere
Jezus niet liefheeft. Nog wordt Hij u gepredikt en aangeboden!

Ds. J.B. Zippro